Naar de artikeltekst

TOCH RADICAAL-PACIFIST

Der Clercke Cronike · · jaargang 16, nr. 5 · blz. 46–47, 49

Ik zal de verschillende punten in de 3 commentaren op „Verdediging” maar in volgorde beantwoorden.

Mejuffrouw Schepel vraagt of ik het ook onrechtvaardig vind, dat de natuur de rollen bij de voortplanting ongelijk verdeeld heeft, zodat de vrouw pijn moet lijden en haar leven wagen en de man niet. Over het recht of onrecht in de natuur kunnen wij mensen geen zeker oordeel vellen omdat wij slechts 3 van de 4 dimensie’s van ons bestaan zien. Van de 4e dimensie, de tijd, zien wij noch de toekomst noch het verleden voorzover en indien er een verleden voor de geboorte is geweest. Ik persoonlijk geloof dat het recht zich in de loop der tijd herstelt; wat de ene nu lijdt, heeft de andere misschien vroeger reeds geleden of zal hij misschien later lijden. Maar geloof is een persoonlijke zaak, en het zij verre van mij om dit anderen te willen opdringen. Maar wat de natuur doet en wat anderen doen staat buiten onze verantwoordelijkheid, wij hebben slechts te zorgen dat onze handelwijze rechtvaardig zij!

Een vrouw die voor de consequentie’s ener bevalling terugschrikt, behoeft zich niet aan die kans bloot te stellen. Wanneer iemand voor zijn eigen doel lijden over heeft, is die iemand niet te beklagen. Het is alleen misdaad om iemand onvrijwillig lijden op te dringen. Oorlog zou een schijn van rechtvaardigheid hebben indien alleen vrijwilligers tegen vrijwilligers vochten, maar dat is niet het geval. Ik zeg een schijn van rechtvaardigheid, omdat in de practijk ook vrijwilligers min of meer door anderen aangepord worden door valsche interpretatie’s van de woorden „eer” en „lafheid”, terwijl censuur een onpartijdig inzicht tenzeerste bemoeilijkt. Burgers, die van dienstplichtigen eisen dat zij naar het front gaan doen dit vrijwillig, zij moeten dus niet hun moraal 180° omdraaien, maar zij doen het uit eigen beweging, terwijl achter den soldaat dwang staat.

De gelijkenis van de brandweerman gaat niet op, want de brandweerman doet met het spuiten als er brand is niemand kwaad, de schade voor den eigenaar van het huis wordt er niet door vergroot, maar verkleind en het vuur is een natuurkracht, geen levende vijand. Maar de soldaat doet in ieder geval de soldaten van de vijand kwaad.

Wat de bijbel betreft, ik heb het pacifisme niet uit de bijbel gehaald, maar uit mezelf. Volgens mijn geloof is de regelrechte verbinding tussen de Wil van God en de wil van de mens het geweten; deze regelrechte verbinding is mijns inziens betrouwbaarder dan een door mensen geschreven geschiedenisboek. Contradictie’s aanvaard ik niet, ook niet uit de bijbel.

Mijn eergevoel wordt niet gekwetst, wanneer iemand vrijwillig aanbiedt om mijn koffer te dragen, maar wel wanneer een derde dit van hem eist. Uw vergelijking van het paard en de zware wagen gaat niet op, omdat de vrijstelling van dienstplicht van vrouwen geen kwestie van niet kunnen is (althans niet voor kinderloze vrouwen), want men behoeft geen man te zijn om een vuurwapen te kunnen hanteren, en kogels en granaatscherven storen zich absoluut niet aan de spierkracht van de- of dengene die hun in de weg staat. (Ik wil hiermee echter niet de militaire dienstplicht voor vrouwen verdedigen, want ik ben tegen elke militaire dienstplicht).

Ik ga accoord met uw bewering dat er waarheden bestaan die nog niet door mensen bewezen zijn. Als zoo’n waarheid vat ik op dat het verkeerd is om zichzelf of anderen te dwingen tot daden waar men een morele afkeer van heeft. Velen zeggen dat zij een morele afkeer van vechten hebben, maar dat zij ten oorlog zijn getrokken omdat het moest. Het doel van mijn hele betoog is niets anders dan om deze categorie van mensen van het waan-idee van „moeten” te bevrijden.

Onschuldige lammeren zijn degenen die voor een verleiding bezwijken allerminst, maar dit neemt niet weg, dat verleiden op zich zelf een misdaad is.

Onder tyran versta ik ieder, die zich wederrechtelijk met andermans zaken bemoeit en dit zelf wil.

De reden waarom ik geloof dat degene die gelijk heeft de grootste wilskracht zal tonen is deze, dat degene die gelijk heeft zich door de morele kracht van het recht gesterkt voelt, terwijl de andere door gewetenswroeging en schaamte afgemat wordt.

Wat geestelijke spanning van lijdelijk verzet betreft, de spanning van het idealisme veredelt het karakter en geeft het leven de nodige romantiek (mijns inziens is leven zonder romantiek niets waard), terwijl de spanning van de angst, die ondanks alle geforceerde moed in de oorlog toch altijd bestaat, het karakter ten zeerste benadeelt (men denke b.v. aan wreedheid en haat). Mijns inziens is een van de belangrijkste diepere oorzaken van de oorlog de gedwongen sleur, het gespeend blijven van romantiek. „Vaderlandsliefde” in de betekenis van het militairisme is slechts een surrogaat voor werkelijk idealisme.

Zoals het een primaire behoefte voor het lichaam is om te eten, te drinken en zich te bewegen tot vermoeienis toe, zo is het een primaire behoefte voor de ziel om emotie’s te hebben en weleens onder hoogspanning te staan.

Over mijn uitspraak dat een staat slechts een administratieve, geen ethische eenheid is zijn 3 mensen gevallen. Het lijkt mij nodig, de woorden waar het om gaat nog eens nader te definieren. Ik noem een staat een administratieve eenheid omdat de staatsburgers onder één centrale regering staan. Onder een ethische eenheid versta ik een verzameling van individuen, die bij vrijwillige keuze hetzelfde doel hebben. Onder staatsburgers worden niet de mensen samengevat die iets bepaalds willen, maar mensen die door toeval der geboorte onder een bepaalde regering komen te staan of (volgens nationaal socialistische begrippen) door toeval der geboorte tot een bepaald „volk” behoren.

Een jurist veroordeelt alleen degenen die een misdaad persoonlijk gepleegd hebben, en ras- of volksverwantschap is geen persoonlijke medeplichtigheid. Een goed rechter zal iemand, die door chantage tot een misdaad gedwongen is geworden minder zwaar straffen dan iemand die de misdaad geheel op eigen initiatief gepleegd heeft. Daarom maak ik onderscheid tussen tyrannen (zij die de aanval willen) en slaven van tyrannen (zij die aan de aanval mee doen omdat het hun bevolen wordt). Onschuldige lammeren zijn wij niet, maar ik gun de marteldood aan geen enkelen misdadiger.

Voorts het commentaar van A. J. Koldijk.

Wat uw redenatie over het volk betreft, ik erken een volk evenmin als ethische eenheid als een staat. Ik geloof niet dat er één volk op aarde is dat in zijn geheel beantwoordt aan mijn definitie van een ethische eenheid. Ik zie daarom ook niet in waarom men volksgenoten door dik en dun gelijk moet geven alleen maar omdat het volksgenoten zijn, en waarom een bepaalde daad tegenover een volksgenoot een andere morele waarde zou hebben dan tegenover een vreemdeling. Men hoeft waarachtig geen geschiedenis te kennen om logisch te kunnen onderscheiden wat recht en wat onrecht is!

Voorts zegt gij „Dat gij op het ogenblik een dergelijk stuk durft publiceren is toch wel ongehoord!” Hier snap ik de logica niet van. Wanneer moet men men een gevaar bestrijden, wanneer het dichtbij is of wanneer het veraf is? Het heeft weinig zin om reclame voor het pacifisme te maken wanneer alles rust en vrede is. Maar ik begrijp wel, waar u heen wilt. In de staat van uw ideaal wil men geen mensen die logisch op hun standpunt blijven staan, maar mensen die met de wind meedraaien. In vredestijd met een gebroken geweertje lopen, in oorlogstijd krijgsliederen zingen, dat wil de mode. Mijns inziens echter zal een staat zonder storende verdeeldheid automatisch ontstaan wanneer slechts alle mensen logisch wilden denken. Maar zolang er mensen zijn, die vooroordeel boven het verstand stellen, heeft de logische mens niet alleen het recht, maar zelfs de plicht om het met hen niet eens te zijn. Liever verdeeldheid dan eenheid, die ten kwade aangewend wordt!

Zolang het ’s mensen hoogste doel is om de ene groep macht te laten krijgen over andere groepen (het Vaderland dienen, noemt men dat!) zolang zal er verdeeldheid in de wereld zijn. Niet de eenheid binnen de volksgrenzen is het ideaal der pacifisten, maar de eenheid in de wereld. Niet de eenheid van slaafse gehoorzaamheid, maar de eenheid der logica. Leven en laten leven is ons spreekwoord. Maar wanneer het gaat om de keuze tussen de dood van het lichaam of de dood van eigen geest, verkiezen wij het eerste. Het is mode geworden om alles aan banden te leggen, zelfs het gezonde verstand.

Wij verbreken die banden als papier en zijn trots op onze „geestelijke losbandigheid”. Ons doel is om anderen erop attent te maken dat zij met behulp van verstand en de cosmische kracht van het idealisme (het geweten) die banden ook als papier kunnen verbreken. Het is jammer dat gij indertijd het door Magna Pete opgevoerde toneelstuk „Vrijheid” van Mevrouw Mulder de Clerq Zubli niet gezien hebt.

Voorts wilde ik u vragen: wat verstaat gij onder historisch recht? Moeten wij 10, 100, 1000 of nog meer jaren in de historie teruggaan om de kaart van het recht te vinden? Het ene volk heeft langer, het andere korter een stuk grond bewoond, maar bijna allemaal hebben zij het aan het begin gestolen. Wie krijgt het recht te behouden: wie het eerst gestolen heeft of wie het laatst gestolen heeft? De tijd gedurende welke mensen überhaupt grond bewoond hebben is nog geen duizendste van de ouderdom der aarde. Mijns inziens is geen enkel gebied het rechtmatig eigendom van één bepaald volk, maar hebben alle volkeren der aarde gelijk recht op alle landen der wereld.

Het eindideaal der pacifisten is een centrale regering over de hele wereld, waarin de staten slechts provinciën zijn, en een zodanige vermenging, dat niet meer van bepaalde rassen en volken gesproken kan worden, voorts één internationale taal (b.v. esperanto). Het moge waar zijn, dat bepaalde cultuurproducten door gebrek aan internationaal verkeer tot dusver in bepaalde volken gelocaliseerd gebleven zijn. Maar volksvermenging behoeft absoluut niet tot verloren gaan van die cultuurproducten te leiden, immers dezelfde mensen kunnen dezelfde dingen blijven maken ook wanneer andere mensen tussen hen in komen wonen en een andere vlag over hun gebied waait. Wat is mooier dan de rijke verscheidenheid, die ontstaat door synthese van alle culturen tezamen?

Voorts het commentaar van J. B. Quist.

Gij vroegt toelichting bij de vergelijking met de Heidenen, die hun kinderen verbrandden om een afgod tevreden te stellen. Als ik me niet vergis heette die God Moloch, en werd aan hem al het kwade toegeschreven dat op aarde bestond. Men trachtte zijn toorn te sussen door zijn kinderen te offeren, maar het kwaad bleef. Het patriottisme nu is ook zo’n onverzadigbare Moloch, die slechts offers verslindt zonder er iets goeds voor terug te geven. Men offert millioenen jonge mannen, maar de conflicten, die men dacht met die offers te elimineren blijven, of komen terug in anderen vorm. De wereldoorlog is er een sprekend voorbeeld van. Elke oorlog roept wraakgevoelens op bij de verliezende partij, die zonder gezond verstand en idealisme zeker tot nieuwe conflicten leiden.

Voort blijf ik bij mijn bewering:

„Terreur is niet het doel van de vijand, maar slechts een middel om het eigenlijke doel, de overheersing, te bereiken. Wanneer de aangevallen partij zorgt, dat dat middel ondoelmatig is, zal het niet meer toegepast worden”.

In de door u genoemde voorbeelden die volgens u mislukkingen van lijdelijk verzet zijn, erkent gij zelf dat de aangevallen partij verzuimd heeft, te zorgen dat terreur ondoelmatig bleek.

Voor pacifistische vedediging is moed net zo goed onontbeerlijk als voor militaire.

Wanneer in de militaire verdediging bij het vallen van de eerste slachtoffers de rest ook vanzelf de strijd opgaf (zoals gij dat in uw voorbeelden van lijdelijk verzet beschrijft), zou die net zo goed mislukken.

Waar het militaire verzet zich niet door laat intimideren daar laat lijdelijk verzet zich ook niet door intimideren. De dientweigering der Slowaken is een voorbeeld van lijdelijk verzet tegen Duitsland!

Wie zijn leven kan wagen voor de militaire verdediging, kan het ook wagen voor de pacifistische verdediging!

M. T. M. KERKHOVEN.