Sommigen waren pas bevredigd, als een verhoor in een mishandeling
eindigde; het ranselen van mensen was bij hen tot een vaste pathologische begeerte geworden, die zich ontlaadde in een automatisch verlopende
reeks [Sleijffer].
Bij het ene verhoor kalmeerde soms de een de in woede ontstoken kameraad en voorkwam af en toe, dat er werd geslagen; bij een ander verhoor waren de rollen omgekeerd.
Bij enkelen kreeg men de indruk, alsof zij zich in tegenwoordigheid van de
anderen "groot" hielden en extra blaften en pijnigden, terwijl ze, zodra men
met hen alleen was, toegankelijker en menselijker werden; anderen (o.a.
Sleijffer) benutte de afwezigheid van kameraden om extra toe te slaan en
zijn begeerte te stillen.
Het was de verhoorder, die reeds sloeg, voordat hij vroeg, en weer, voordat
het antwoord kon worden gegeven, [Sleijffer] die zijn bewondering uitte
voor het gedrag van Anda tijdens de verhoren en martelingen.
Het was alsof de slagen haar innerlijk niet raakten, men kon haar er niet
"onder" krijgen, zij werd niet murw en niet gebroken.
Is het niet merkwaardig, dat hij juist haar innerlijke vastheid, die zijn onmachtsgevoel en woede versterkte, bewonderde?
Een menselijke ziel heeft wonderlijke kronkels en zeker de ziel van een
S.D.-er!
Anda kende geen zelfbeklag, was zonder haat- of wraakgevoelens t.o.v.
haar beulen.
Deze jonge (25jr.), oosterse vrouw, die arts wou worden om mensen te
helpen en genezen, die de mensheid, (ook S.D.-ers en de Duitsers in het
algemeen) wou leren, wat liefde was, had graag willen blijven leven, niet
om haar leven te behouden zonder meer, maar om wat zij als het beste in zich voelde uit te dragen en aan anderen door te geven.
21 Juli 1945 HET PAROOL.
Mevr. Z. ten Have - van der Werff.